Het noordelijke noorden komt steeds dichterbij. Een zonnige dag en ook nog een stevige wind in de rug helpt ons flink vooruit.
Onderweg komen we een grote gereedschapshandel tegen waar we een fietspomp uit het rek mogen lenen om extra lucht bij te tanken. We vliegen vervolgens verder over de weg en tikken weer eens de honderd kilometer aan.
Als we bij de camping arriveren kunnen we meteen aanschuiven voor een bord heerlijke vissoep. De perfect Engels sprekende Fin blijkt een Engelsman te zijn die samen met zijn vrouw het café runt.
Het tweede culinaire uitstapje in de Fins keuken in korte tijd. Eerder hebben we al genoten van een Aziatisch-Finse tjaptjoi.
Maar het hoogtepunt voor ons blijft de Finse lounas. De dagelijkse lunch die overal in Finland wordt aangeboden, soms een dagschotel, soms een uitgebreid buffet maar altijd met salade, brood, koffie, thee, water. Voor twee hongerige fietsers die op de juiste tijd op de juiste plaats komen is dat een culinair feest. Tevens een aangename afwisseling van onze smaakvolle eenpansgerechten.
Niets zo veranderlijk als het weer, dat is ons ondertussen wel duidelijk. Hebben we nog maar net onze korte broeken aan wordt het weer kouder en soms ook nog natter. Razen we de ene dag door met wind in de rug, de volgende dag werkt diezelfde wind ons met dezelfde moeite tegen.
Laat de zon zich zien dan laten ook de muggen van zich horen en voelen. Zolang we fietsen geen probleem maar een verzoeking in de avonden. Dan liever wind en regen …

Een vluchtige ontmoeting met een fietser uit Litouwen en een langere ontmoeting met een fietser uit Duitsland. De volgende dagen zien we onze ‘LeeTower’ tijdens onze pauzes voorbij flitsen op zijn elektrische fiets in zijn gele hesje met rits en zakken waar Ties jaloers op is.
De Duitse fietser is ons ondertussen al ver vooruit en in geen velden of wegen meer te bekennen.

Saariselkä, de meest noordelijke skiplaats met de sfeer van een Frans skidorp in de zomer. Niet dat andere plaatsen in Lapland zoveel sfeervoller zijn. Na wederom een dag met regen vinden we hier een warm en droog onderkomen, voor de sfeer zorgen we zelf wel.
’s Avonds zien we de thermometer naar nul graden springen en ’s ochtends starten we met vier graden. Goed ingepakt gaan we weer op pad. Tijdens de uitgebreide koffiepauze in Ivalo drogen we enigszins op. Maar niet voor lang want eenmaal terug op de fiets zijn we binnen de kortste keren weer kletsnat. De kilometers tot Inari tellen niet snel genoeg af.

De volgende etappe die na Inari komt is voor even een stap te ver: honderdvijftig kilometer met de nodige hellingen zonder dat we iets of iemand tegenkomen. Daar gaan we ons niet aan wagen met fietsen vol bagage, zonder ondersteuning van de wind en de nodige kilometers die in de benen zitten of tussen de oren.
In Inari besluiten we de bus te nemen. Maar, kunnen de fietsen ook mee?
Het kost de nodige moeite om te achterhalen òf de fietsen mee kunnen in de bus. Een beller is sneller, meestal wel maar niet bij deze busmaatschappij. Een telefoonnummer dat niet meer bereikbaar is, een telefoonnummer met een antwoordapparaat met waarschijnlijk de boodschap ‘al onze medewerkers zijn in gesprek’. Vervolgens een keuzemenu in het Fins waar Lilian geen touw aan vast kan knopen.
Om misverstanden te voorkomen wordt er een mailtje gestuurd in het Engels, in plaats van Fins of Nederlands. Gelukkig heeft dat meer resultaat, en jawel, de fietsen kunnen mee!
Totdat de bus vertrekt, om vier uur ’s middags, maken we een wandeling en ronden ons bezoek aan het Samimuseum van de vorige dag af. Toen vonden we het té koud en té nat om het openlucht gedeelte te bekijken. Vandaag is het droog maar wel gaan alle laagjes weer aan.
In Inari is ook het Sami parlementsgebouw waar we nog even onze neus laten zien. De bijeenkomst van het parlement, waar wij toch geen zinvolle bijdrage aan kunnen leveren, slaan we over.
We hebben een boeiende indruk gekregen van de Sami, de oorspronkelijke bewoners van Lapland. Een cultuur die een complex geheel vormt door de verschillende levensvormen, talen en helaas wordt verdeeld door landsgrenzen.



Vier uur, met spanning wachten we de komst van de bus af. De bus blijkt een minibus en de chauffeur geeft al meteen aan dat er geen plaats is voor de twee fietsen. “Kijk zelf maar”, en hij laat de bagageruimte zien die vol ligt met grote rugzakken en pakketten.
Lilian voelt de bui al aankomen, dit gaat niet lukken: “Ga terug naar start!”
Meestal zijn de rollen omgekeerd maar deze keer jaagt Ties de beren weg. “Ga je gang”, zegt de chauffeur. Ties begint ijverig aan een potje Tetris. Hij trekt de Fin van de grote rugzakken uit het busje en stuurt hem met de helft van zijn bagage weer terug het busje in. Zonder een woord te zeggen doet hij gewillig wat hem wordt opgedragen.
Als de chauffeur ziet dat het Ties gaat lukken om ruimte te maken, steekt hij alsnog een helpende hand toe. Al snel blijkt dat hij precies weet hoe de fietsen passend in de bagageruimte kunnen worden gemanoeuvreerd.
Een opgeluchte Lilian, een méér dan tevreden Ties, bagage èn twee fietsen worden naar de eindbestemming gereden in Näätämö.
Honderdvijftig kilometer bossen, vennen, meren, rendieren en af en toe een brievenbus langs de weg met ergens een weggestopt huis glijden aan ons voorbij.
Spraakzaam zijn de Finnen niet, onze twee Finse medereizigers zeggen geen boe of ba, ook onderling niet. Wij zouden allang aan elkaar hebben gevraagd waar je die vishengel hebt gekocht, of je ook die lekkere koeken uit aanbieding hebt meegenomen. Nee, koetjes en kalfjes kennen ze niet. Of het desinteresse is of elkaar met rust laten? Wij houden het maar op het laatste.
Ook bij het uitstappen of overhandigen van de pakketten wordt er geen woord te veel gewisseld. Toch bijzonder als je bedenkt dat ze misschien de hele dag verder niemand tegen komen.
Wij worden als laatste afgeleverd in Näätämö. Een flinke stip op de kaart, in werkelijkheid slechts een handjevol huizen, benzinepomp/ supermarkt/ koffiehoek/ postkantoor/ pakketdienst, alles wat een dorp nodig heeft.

Wij zoeken ons hostel voor de nacht op. Ook hier komen we dezelfde zwijgzaamheid tegen. In de gezamenlijke woonkamer waar we aan een grote eettafel ontbijten worden we gemeden. Stilletjes worden er stoelen meegenomen naar de aangrenzende keuken. Niks geen “Waar komen jullie vandaan, waar gaan jullie naar toe, wat een weer gisteren”, en wat je nog meer kunt bedenken.
We merken wel dat wanneer je de Finnen aanspreekt en om hulp vraagt, om wat voor reden ook, zij ontzettend behulpzaam zijn.
Tja, zo leer je de Finnen ook kennen.
Of zou het misschien toch die hoognodige wasbeurt van onze kleren zijn die hen op afstand houdt???
Vanuit Näätämö steken we de grens met Noorwegen over en krijgen meteen weer een uur cadeau. Niet dat het veel uitmaakt want vanaf Rovaniemi hebben we al vierentwintig uur licht in een dag.
zomernachten rond 02.00 uur

In tegenstelling tot het ‘extra’ uur krijgen we de hellingen niet cadeau. Het is weer flink aanpoten op de steile klimmen en herinneringen aan de vorige tocht door Noorwegen doemen weer op.
Met de nodige inspanningen bereiken we Kirkenes: de meest noordoostelijke plaats van Europa!


Het was een lange rit van thuis naar hier, met name halverwege leek de weg nog eindeloos lang. Weten hoeveel je al hebt gefietst en tegelijkertijd beseffen dat er nog minstens zoveel kilometers voor je liggen. Maar hier houdt het toch echt op en ook weer niet.
Tijd voor een aantal rustdagen in Kirkenes. Tijd voor de hoognodige wasbeurt, tijd om onze fietshuishouding door te lichten, tijd nemen om Kirkenes te verkennen. Met drie rondjes om de kerk weten we ons al aardig te oriënteren.
En niet onbelangrijk: tijd nemen om te puzzelen hoe we de terugreis gaan organiseren!