Fjorden, bergen, stroperige hellingen, genieten, bewonderen en soms een beetje afzien.
We rollen de laatste helling af zo de veerboot op naar Hofles, dat is meer geluk dan wijsheid. Aan boord ontmoeten we onze Duitse vriend weer die we gisteren onderweg tegenkwamen. We volgen dezelfde route maar nemen ’s ochtends afscheid om elkaar dan in de loop van de middag weer tegen te komen op de volgende camping. Vaste prik om dan de dag te evalueren waarbij vooral de hoogtepunten, lees hoogtemeters, worden besproken. De fietsers die we tegenkomen vinden het zonder uitzondering pittig, zelfs de jongeman uit Ulm met zijn gravelbike en minimale bepakking.


Na Hofles is het niet ver meer naar de camping waar we op een prachtig plekje staan en niet onbelangrijk: er is een speciale hut voor fietsers inclusief een wasmachine en droger. Daar maken we graag gebruik van en in ruil voor chocolade en een paprika past de kleding van onze Duitse vriend daar ook nog wel bij.

In fris gewassen spullen kunnen we weer vooruit. Het lijkt erop alsof na drie dagen ook de Noorse bergen beginnen te wennen, of zijn het misschien de zoete koeken die we als tweede ontbijt naar binnen werken en die ons naar boven helpen. Maar om nu te spreken van ‘piece of cake’ is ook weer overdreven want nog steeds worden de koeken na vijf minuten platgeslagen op het wegdek.
Met de stormachtige wind, die we gelukkig van achteren krijgen, hebben we een steuntje in de rug. Af en toe valt er een flinke bui maar de lucht is zo imposant dat het ons niet stoort. Na iedere bocht of bult is het weer een verrassing wat er gaat komen, het uitzicht maar ook gaan we omhoog of gaan we omlaag.

We zijn op tijd in Holm maar helaas heeft de veerboot stukken en vaart vanavond om negen uur pas weer, of helemaal niet meer vandaag, zelfs dat is onzeker.
Wij zoeken de warme keuken van de camping in Holm op waar we gezellige gesprekken hebben met onze Duitse vriend en de Duitse lichtgewicht fietser. Er wordt afwisselend Duits en Engels gesproken en ook nog een mondje Nederlands.
